Voorwoord van de voorzitter

De adelaars van lage landen las ik vandaag in de krant. Hiermee werden Bouke Mollema, Robert Gesink, Wout Poels en Steven Kruijswijk bedoeld. Zijn goede Nederlandse klimmers toeval, of het resultaat van doelbewust beleid, was de vraag die boven kwam. Zoals te voorzien, werd geen pasklaar antwoord gegeven.
Een ding is wel zeker: wij kunnen met deze lichting ‘hoogvliegers’, voor het eerst sinds la Plagne waar Michael Boogert als een adelaar de etappe in de Tour de France won, weer hoge ogen gooien in de klassementen van de grote rondes.
Het is natuurlijk opvallend dat een vlak land als Nederland, waar het eigenlijk altijd waait, relatief veel klimmers van
naam telt. Wie herinnert zich niet de successen van Jan Jansen, Joop Zoetemelk, Hennie Kuiper, Peter Winnen, Erik Breukink, Steven Rooks en Gert Jan Theunisse? Stuk voor stuk wielrenners die in Almelo aan de meet stonden. Al deze kopstukken kwamen boven drijven omdat zij bergop goed de weg wisten.
Daarnaast werd van hen verwacht dat zij altijd klaar stonden om de media te woord te staan, zoals dat ook geldt voor de huidige generatie wielrenners. Legendarisch in dat opzicht was wijlen Gerrie Kneteman. Begiftigd met een flux de bouche kon deze stratenmakende wielrenner zich verheugen in een grote schare supporters. Ook de uit onze contreien afkomstige Henk Lubberding, met zijn eeuwige lange haren als handelsmerk, had altijd een ‘bon mot’ voor de aanwezige reporter. Nu geniet Bram Tankink grote populariteit door zijn eerlijkheid en spontaniteit voor de microfoon. En dan mag ik Joost Posthuma niet onvermeld laten. De leukste quote was van hem. Mart Smeets vroeg hem eens: ‘Aan welke koers bewaar je de beste herinnering?’
Joost antwoordde: ‘De Profronde Almelo. De hele stad stond op zijn kop.’
Eigenlijk is het oneerlijk voor veel goede renners die bergop ‘van de wijs raken’, dat zij zowel in de grote rondes als in de eendaagse koersen hun meerdere moeten erkennen in de beter omhoog fietsende collega’s. De Profronde van Almelo kent geen bergen, slechtst hier en daar een verkeersheuveltje. Maar het zal ons er niet van weerhouden om een of meer adelaars van het hooggebergte te strikken. Wie dat uiteindelijk zullen zijn, is afhankelijk van hun vorm van de dag, hun marktwaarde, hun prestaties in de Tour de France en niet te vergeten ons budget.
Ieder jaar kunnen wij als organisatie terugvallen op onze sponsoren, die ons ook in een lastig jaar als dit, in staat stellen om het grootste eendaagse evenement van Almelo te organiseren.
En ons in de positie brengen om weer een aansprekend rennersveld te contracteren. Mijn erkentelijkheid hiervoor is groot.
Egbert Willems
voorzitter Stichting Profronde Almelo

